menu

Wetgeving

ADI

Nadat een wetenschappelijke commissie heeft vastgesteld dat een stof veilig is voor menselijke consumptie, moet nog in de wetgeving worden vastgelegd in welke producten de betreffende stof mag worden gebruikt en hoeveel er maximaal mag worden toegevoegd.

Europese afspraken

De levensmiddelenwetgeving is geregeld op Europees niveau. De toelating van zoetstoffen is geregeld in de additieven Verordening 1333/2008/EG. In deze Verordening staat onder andere wanneer een zoetstof in een levensmiddel mag worden gebruikt en het bevat voorschriften voor wat er op het etiket vermeld moet worden. Het toevoegen van zoetstoffen ter vervanging van suikers mag alleen wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden die in de Verordening zijn vastgelegd. In de Europese wetgeving is ook bepaald dat aan producten die speciaal bestemd zijn voor zuigelingen, peuters en kleuters tot 4 jaar, geen zoetstoffen mogen worden toegevoegd.

In de Bijlagen II en III van de nieuwe Verordening zijn lijsten met goedgekeurde levensmiddelenadditieven opgenomen. Via de publicatie van de twee verordeningen (EG 1129/2011 en EG 1130/2011) op 11 november 2011, is invulling gegeven aan bijlage II en III van verordening EG 1333/2008. Vanaf 1 juni 2013 moeten levensmiddelen aan de nieuwe bijlagen II en III voldoen.

De Europese Verordening is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Warenwet.

E-nummers

Alle additieven die binnen Europa zijn goedgekeurd voor gebruik in levensmiddelen krijgen een E-nummer toegewezen, dus ook alle goedgekeurde zoetstoffen. In de ingrediëntenlijst op het etiket van een product mag het E-nummer of de naam van de zoetstof staan. Hieronder een overzicht van de E-nummers van de goedgekeurde laagcalorische zoetstoffen:

  • Acesulfaam K: E 950
  • Advantaam: E969
  • Aspartaam: E951
  • Cyclamaat: E952
  • Neohesperidine DC: E959
  • Neotaam: E961
  • Sacharine: E954
  • Steviolglycosiden: E960
  • Sucralose: E955.