menu

Kenniscentrum Zoetstoffen

4 mei 2017

Geen causaal verband tussen light frisdrank en dementie

Een Amerikaanse studie wees onlangs uit dat light frisdranken ‘nog slechter’ zouden zijn dan frisdranken met suiker, omdat ze in verband worden gebracht met een verhoogd risico op beroertes en dementie. De onderzoekers hebben echter gebruik gemaakt van een observationeel onderzoek. De bewijskracht van een dergelijk onderzoek is minder sterk, omdat er geen causaal verband tussen oorzaak en gevolg kan worden gelegd.

De reikwijdte van de studie wordt dan ook genuanceerd door de International Sweeteners Association (ISA), een door de Europese Commissie en de World Health Organization (WHO) erkende non-profit organisatie. Zij geven aan dat er geen enkel causaal verband bestaat tussen het drinken van light frisdrank en dementie of het krijgen van beroertes. Noch werd er een mechanisme vastgesteld dat dit verband zou kunnen aantonen.

Lees hier het volledige artikel van de International Sweeteners Association (ISA).

Bewijskracht verschillende type studies

De reikwijdte van de conclusies kan sterk verschillen per type studie.

  1. Zo zijn experimenten op proefdieren nuttig om een mogelijke onderzoeksvraag aan te wijzen, maar het niet mogelijk om resultaten van proefdierstudies zonder meer toe te passen op de mens. Daarvoor moeten ze eerst worden getoetst aan de hand van een studie op de mens.
  2. Observatiestudies, zoals het bovengenoemde Amerikaanse onderzoek, zijn nuttig om eetgewoonten en gezondheidsaspecten te beschrijven. Ze zijn echter niet geschikt om oorzaak en gevolg vast te stellen. Zo kunnen we opmaken dat de consumptie van laagcalorische zoetstoffen, zoals aspartaam, hoger is bij personen met overgewicht. We kunnen echter niet zomaar daaruit stellen dat zoetstoffen dik maken. Het is veel waarschijnlijker dat personen met overgewicht hun suiker- en energie-inname willen verlagen en daarom de voorkeur geven aan zoetstoffen.
  3. Wetenschappelijke studies maken gebruik van het gerandomiseerde onderzoek met controlegroep (RCT – Randomized Controlled Trial). Bij dergelijke studies worden mensen op basis van toeval ingedeeld in groepen (randomisatie). Doordat dit willekeurig gebeurt, zijn de deelnemers in de verschillende groepen vergelijkbaar. Bij een of meerdere groepen wordt een verandering aangebracht in bijvoorbeeld hun voeding (dit noemen we een interventie) en er is een controlegroep waarbij die verandering niet wordt doorgevoerd. Bijvoorbeeld groep A krijgt elke dag voedingsmiddelen waaraan een bepaalde dosis zoetstoffen zijn toegevoegd en de controlegroep krijgt dit niet. Bij voorkeur weten de deelnemers en de onderzoekers gedurende het onderzoek en de analyse van de gegevens niet wie in welke groep zit. Zo vindt er geen beïnvloeding van de deelnemers of onderzoekers op de resultaten plaats. 
  4. De studie met de grootste bewijskracht is de meta-analyse. Dit is een studie waarin resultaten van diverse bestaande studies (ook die van de RCT) worden onderzocht op basis van strenge criteria. Deze studies geven een zeer nauwkeurig beeld. Zo bewees het review van Peters et al. (1) dat gerandomiseerd onderzoek met controlegroep consequent aantoont dat laagcalorische zoetstoffen een positief effect hebben op gewichtscontrole. 

(1) Peters JC, Becl J. Low Calorie Sweetener (LCS) use and energy balance. Physiol Behav, 2016 April 7.