menu

Kenniscentrum Zoetstoffen

30 mei 2017

Zoetstof in de praktijk van de voedingsdeskundige

Zoetstoffen zijn geregeld onderwerp van gesprek. Zijn ze veilig? Hoeveel mag je er dagelijks van innemen? Word je er dik van? De voedingsdeskundige kan uitkomst bieden. Zij vertaalt de uitkomsten van bewezen onderzoek door naar de praktijk. Nederland Voedselland ging in gesprek met de voedselconsulent. Drinken zij zelf weleens light frisdrank, hoe adviseren zij over zoetstoffen in hun praktijk? Aan het woord zijn diëtisten Liesbeth Libbers, Stephanie Supprian, Marianne Mascini en gewichtsconsulente Petra Krijgsman.

bron: Nederland Voedselland

Light frisdrank drinken (g)een probleem?

In de praktijk van deze diëtisten komen met name mensen met obesitas, mensen die af willen vallen, met eetstoornissen of mensen die een verstoorde suikerhuishouding hebben. Het te veel eten of drinken van suiker kan hieraan ten grondslag liggen. De oplossing om te adviseren producten met zoetstoffen in plaats van suiker te eten lijkt voor de hand te liggen. Is dat ook iets wat ze hun cliënten adviseren?

Zelf drinken ze liever geen frisdrank met zoetstoffen, omdat ze het niet lekker vinden. Maar als vervanger voor suiker vinden ze het alle vier een prima oplossing. Marianne: “Op een feestje kan het lastig zijn om alleen maar water te drinken.” Stephanie: “Het zijn twee vliegen in een klap: Het zijn minder calorieën, maar je hebt toch je smaakje en je bubbeltje.”

Petra heeft een sprekend voorbeeld uit de praktijk waarbij ze iemand adviseerde cola light te gaan drinken. “Deze meneer dronk twee liter cola per dag. Het advies om af te vallen lijkt dan misschien makkelijk: stop met het drinken van die cola. Zo simpel is het niet. Als ik hem dat ontzeg, dan moet hij dat helemaal alleen op wilskracht doen. Het wordt dan een dwangmatig iets en na een paar weken zal hij zeggen ‘die Petra kan mijn rug op’. In dat geval is light drinken een goed alternatief, want het is makkelijker vol te houden. Uiteindelijk kan iemand dan toewerken naar het minder drinken van frisdrank.”

Een wondermiddel?

Cola light bevat 0,4 calorieën per 100 milliliter. Zou dat betekenen dat je water met een light frisdrank kan vervangen? Stephanie: “Qua calorieën zie ik daar geen probleem in. Water heeft 0 calorieën, dus die 0,4 is wel te verwaarlozen.” Het is niet raadzaam om dat ook daadwerkelijk te doen. “Het is slecht voor je tanden, omdat cola zuur is, legt Liesbeth uit. “Bovendien geeft het vaak oprispingen, zeker in grote hoeveelheden.”

“Ik ben geen fan van light,” zegt Petra, “omdat ik een beetje bang ben dat mensen geneigd zijn om te denken ‘ik heb nu light cola gedronken, dus dan kan ik nog wel een koekje nemen.’” In het artikel De werking van zoetstof op ons brein en ons lichaam wordt dit compensatiegedrag ook besproken door wetenschapper Paul Smeets.

Welk advies geeft de diëtist dan als het gaat om het eventueel inzetten van zoetstoffen? Marianne: “Sowieso het drinken van frisdrank beperken. In het geval dat daar het probleem ligt, kan het voorkomen dat zo iemand extreem veel drinkt. Behalve frisdranken, drinken ze ook koffie en thee, zo krijgen ze makkelijk op een dag vier liter vocht binnen en dat is erg veel. Doordat je dan meer urine aanmaakt, verlies je te veel zouten. Het drinken van alleen light frisdrank is dan dus niet de oplossing.”

Als je doel is om minder calorieën te eten of drinken, dan is het een goede tussenstap. Ook als je überhaupt suikers uit de weg wilt gaan, bijvoorbeeld patiënten met diabetes type 1. Stephanie: “Als je zoet lekker vindt, dan zijn zoetstoffen een prima oplossing. Voor diabetespatiënten ligt dat anders, zij moeten beter op hun suikerinname letten. Als je nooit een koekje, een taartje, suiker in de koffie of iets dergelijks neemt, dan is het heel begrijpelijk dat je ook wel eens iets zoets wil proeven. Het is dan beter om light te nemen.”

Gedragsverandering

Er zijn ook andere manieren om minder suiker te eten. Stephanie: “Bijvoorbeeld portiebeheersing. Je kan zoet wel lekker vinden, maar dat betekent niet dat je elke dag een zak snoep moet leegeten. Je kunt beter genieten op de momenten dat het ook echt wat toevoegt.” Dus het is de bewustwording, wat stop je wanneer in je mond, die aangepakt moet worden.

Het advies dat alle vier de professionals geven is duidelijk: verander vooral je eetgedrag als je klachten hebt. Petra: “Als je nooit meer iets mag van jezelf, dan is de kans dat je het niet vol gaat houden heel groot.” Marianne: “Ik vind het vooral problematisch als kinderen light drinken. Zij weten vaak niet wat het verschil is tussen light en gewoon. Bij vriendjes waar cola met suiker wordt gedronken, nemen ze dan gerust nog een glas, want dat mag thuis ook. Zo leren ze niet dat één glas ook goed is, het brengt geen gedragsverandering teweeg.”

Krijgen ze van hun cliënten wel eens te horen dat zoetstoffen slecht zijn en ze die liever niet eten? “Soms is dat wel het geval, en dan ga ik graag met die mensen in gesprek”, zegt Liesbeth. “Het is altijd belangrijk om te weten wat de bronnen zijn als je informatie ergens leest.” Ook Stephanie komt dit nog regelmatig tegen in haar praktijk: “Ik krijg nog steeds dezelfde vraag over aspartaam, terwijl dat zulk oud nieuws is en allang duidelijk is dat je dat prima kan eten of drinken.”

Vertel een goed verhaal

Moet de consument dan beter worden voorgelicht als het gaat om zoetstoffen? “De discussie die wordt gevoerd gaat vaak over een onderbuikgevoel”, legt Liesbeth uit. “Mensen om mij heen zeggen dat ze door de bomen het bos niet meer kunnen zien. De helft van de informatie is ook niet duidelijk, je moet gestudeerd hebben om het te kunnen begrijpen. De taak ligt bij ons om duidelijk uitleg te geven over voeding. Voedingsinformatie moet in een begrijpelijke boodschap worden verpakt. Als het een heel complex verhaal is, dan zijn mensen geneigd om eerder de simpele en onjuiste informatie als waar aan te nemen: suiker is vergif bijvoorbeeld. Bovendien is onze boodschap gewoon niet sexy. Wij zeggen niet: ‘eet superfoods’, wij zeggen: ‘neem eens een sinaasappel’.”

Geïnterviewden

Liesbeth Libbers van Eova in Hengelo

Stephanie Supprian van Diëtistenpraktijk Salus in Wijhe

Marianne Mascini van dieetpraktijk Mascini in Lage Mierde en Reusel

Petra Krijgsman van Praktijk voor gezond gewicht en voeding in Hilversum.

*********

Op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de maandelijkse nieuwsbrief van het Kenniscentrum Zoetstoffen.