menu

Kenniscentrum Zoetstoffen

1 juli 2021

E-nummers, jaja

Steeds chemischer wordt ons eten en drinken, ja toch? Overal worden er maar ingrediënten met E-nummers aan toegevoegd. Zo ongezond. Of ligt het genuanceerder? Tuurlijk.

Het gekke van E-nummers is dat ze juist in het leven zijn geroepen om ons allemaal meer duidelijkheid over de ingrediënten van ons voedsel te geven. Om ons te laten weten wat er in een product zit en dat we aan het E-nummer kunnen zien dat het desbetreffende ingrediënt veilig is, omdat deze is goedgekeurd door de Europese Unie. (1) Maar het tegenovergestelde gebeurde. Onderzoeken over de effecten van kleurstoffen op het gedrag van kinderen verschenen. Stoplichtboekje met kleurencodes voor de verschillende E-nummers werd leidraad in menig huishouden. Rood was gevaar, groen was goed.(2) Alarmerende verhalen over aspartaam. We gingen E-nummers massaal wantrouwen.

Maar is dat wel terecht?

Veel ingrediënten gebruiken we al járen zonder hun E-nummer benamingen. Denk bijvoorbeeld aan azijn dat azijnzuur (inmiddels voorzien van E-nummer, E260) bevat en dat we gebruiken om de houdbaarheid van ons voedsel te verlengen. Of wat dacht je van melkzuur dat in yoghurt voorkomt en E-nummer E270 heeft gekregen. Of aan alle kleurstoffen en smaakversterkers die van nature in groente of fruit voorkomen. Mooie voorbeelden die ik in een uitgave van Voeding NU (jan/feb 2019 | nummer 1) teruglas in het interview met Gerlinde van Santen, senior adviseur aan de HAS. (1) En hoewel de uitgave twee jaar oud is, is het onderwerp nog altijd actueel.

Europese wetgeving heeft bepaald dat alle ingrediënten die aan ons voedsel worden toegevoegd het veiligheidsstempel van een E-nummer moeten hebben. Of zoals microbioloog Rosanne Hertzberger het in haar bestseller 'Ode aan de E-nummers' verwoordt: 'E-nummers geven structuur, kleur of houdbaarheid aan een product. Ze zorgen ervoor dat jouw aankoop er na een paar weken nog steeds appetijtelijk uitziet en je de boel niet na een paar dagen in de prullenbak hoeft te gooien. En het belangrijkste: ze zijn veilig.' 

De Consumentenbond (3) ging de straat op en vroeg het voorbijgangers:

Is de natuur dan beter?

Tja, dat is het gekke. Het wemelt namelijk in de natuur van gevaarlijke, natuurlijke stoffen. En toch zijn er consumenten die niets moeten hebben van zogenaamde kunstmatige stoffen. En dat is best gek, vindt ook Rosanne Hertzberger 'We gaan niet dood aan conserveermiddelen en ook niet aan kunstmatige kleurstoffen of zoetstoffen, maar aan een groep simpele biologische ingrediënten zonder E-nummers: suiker, vet, alcohol en tabak. Simpelweg omdat we neigen om er daar steeds teveel van te gebruiken. De stoffen die onze gezondheid bedreigen hebben geen E-nummer.'

Dus helemaal niets mis mee?

De Europese Commissie waakt over onze voedselveiligheid en legt additieven onder een vergrootglas. Als ze veilig zijn bevonden, dan krijgen ze een E-nummer. Maar zijn we er dan?

100% gezond?

Neem nu M&M's. Deze zijn onder andere bijzonder in trek omdat ze van die gezellige kleurtjes hebben. Door kleurstoffen met een E-nummer. Deze kleurstoffen trekken de aandacht en beïnvloeden ons koopgedrag. Welke kind zeurt er in de supermarkt niet om? Niet zo erg toch, want E-nummers zijn veilig. Dat klopt. Maar dat zegt nog niets over de rest van de ingrediënten. In M&M's zit bijvoorbeeld suiker, veel suiker. En te veel suiker is niet goed voor ons.

100% veilig?

Nee, dat ook niet. Ondanks alle onderzoeken zijn risico's nooit helemaal 100% uit te sluiten. Natuurlijk bestaat de mogelijkheid dat E-nummers voor een reactie in het menselijk lichaam kunnen zorgen. We zijn allemaal verschillend en er zijn vele uitzonderingen binnen de massa. Zoals we recent ook bij de coronavaccins hebben kunnen zien. Miljoenen mensen hebben zich zonder noemenswaardige bijwerkingen laten vaccineren met Astra Zeneca of het Janssen-vaccin. En dan blijken er zware en levensbedreigende bijwerkingen voor enkelen bij te zijn.

Daarnaast kan een hulpstof samen met een andere stof een ongewenst effect hebben. Het antioxidant E320 kan in combinatie met E300 (vitamine C) vrije radicalen opleveren. Deze vrije radicalen kunnen je cellen beschadigen. Daarom heeft de EU het gebruik van E320 beperkt. En als het conserveermiddel benzoëzuur (E210) of natriumbenzoaat (E211) bijvoorbeeld in aanraking komt met ascorbinezuur (vitamine C of E300) ontstaat het schadelijke benzeen. Benzoëzuur wordt daarom steeds minder vaak in frisdranken gebruikt. Ook zou benzoëzuur in combinatie met kleurstoffen ongunstige effecten hebben.

En dus?

Een volledige garantie kan niet worden gegeven. Helaas ook niet bij E-nummers. Maar alle E-nummers over één kam scheren, dat is niet terecht. Bovendien blijft de Europese Unie E-nummers volgen en indien nodig worden zij alsnog van de markt gehaald, zoals recentelijk is gebeurd bij de witte kleurstof E171.

bronnen

(1) https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/e-nummers.aspx

(2) boek: Corinne Couget: 'Wat zit er in uw eten? De gids die uitlegt wat E-nummers in uw eten doen.'

(3) Voeding NU, jaargang 21 | januari/februari 2019 | nummer 1 - Onafhankelijk vaktijdschrift over voedsel, voeding en gezondheid. Pag 8-10 'E-nummers. Voor, tegen of iets er tussenin?'

(4) https://www.consumentenbond.nl/gezond-eten/e-nummers-schadelijk-gezondheid

leestips

Kijk eens voor meer informatie over de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) op hun website: https://www.efsa.europa.eu/en

Ook zeer interessant om te lezen: Rosanne Hertzberger - boek 'Ode aan de E-nummers. Waarom E-nummers, kant-en-klaar-maaltijden en conserveermiddelen ons leven beter maken.' 

Meer weten over E-nummers en zoetstoffen, download onze infographic