Tegenwoordig? Daar gaan velen de mist in. Het vervangen van suiker door zoetstoffen gebeurt al eeuwen. Een stukje zoete geschiedenis.'>
menu

Kenniscentrum Zoetstoffen

14 juni 2021

Suiker eruit, zoetstoffen erin? Al eeuwenoud.

Een gevoelig onderwerp. Verwijtende reacties op social media zijn er duidelijk over. 'Minder suiker JA, maar ze stoppen TEGENWOORDIG overal die zoetstoffen in.'
Tegenwoordig? Daar gaan velen de mist in. Het vervangen van suiker door zoetstoffen gebeurt al eeuwen. Een stukje zoete geschiedenis.

We houden van zoet. Daar worden we mee geboren. Zo krijgen vroeggeboren baby's een zuigreflectie als er een zoete smaak op het zuignapje van het flesje wordt aangebracht. (1) En was honing de gebruikte zoetmaker in de oude culturen van Griekenland en China. (2) Later werd honing vervangen door sacharose - gewone suiker - gewonnen uit suikerriet en tijdens de wereldoorlogen uit suikerbiet. So far, so good.

Te duur

De productiekosten om suiker te maken waren hoog, bovendien was suiker schaars. Dus werd er naar andere zoetmakers gezocht. De eerste kunstmatige zoetstof die op de markt kwam, was sacharine, ontdekt door Ira Remsen and Constantin Fahlberg van de Johns Hopkins Universiteit in de VS. We hebben het over het jaar 1879. Bijna anderhalve eeuw geleden. (3) 

Te dik 

Toen economieën zich herstelden en de levensstandaard na de oorlogen verbeterde, werd suiker betaalbaar. De snoep- en fastfoodindustrieën schoten als paddenstoelen uit de grond. Zwaarlijvigheid nam toe in de westerse wereld. De reden om sacharine te gebruiken was niet meer uit kostenoogpunt, maar om calorieën te verminderen. En zo ontstond er een winstgevende markt voor caloriearme 'dieetproducten', waarin suiker werd vervangen of aangevuld met kunstmatige zoetstoffen. (4)

Eerste generatie zoetstoffen

Sacharine was niet alleen heel erg zoet, het had ook een bittere nasmaak. Dat vond niet iedereen even lekker. Dus ging men op zoek naar nieuwe caloriearme stoffen. De eerste die werd gevonden was cyclamaat. We hebben het over eind jaren dertig van de vorige eeuw. Beide zoetstoffen versterkten elkaar en werden een daverend succes door ze steeds meer in combinatie aan producten toe te voegen.  De grote doorbraak in de zoetstoffenwereld was de toelating van de zoetstof aspartaam op de markt. Ineens bleken veel meer producten te kunnen worden gezoet met zoetstoffen, zoals yoghurt en sauzen.  

Tweede generatie zoetstoffen

De innovaties volgden elkaar daarna snel op. Zoetstoffen als acesulfaam-K, sucraloseneohesperidine en neotaam verschenen ten tonele. Maar ook zoetstoffen uit de zogenaamde polyolengroep, zoals sorbitol, xylitol, maltitol en isomalt, zagen het levenslicht. De laatste zoetstof die op de Europese markt is toegelaten (2011), is steviolglycosiden. Beter bekend als stevia. Populair vanwege haar natuurlijke oorsprong. In de grensstreek van Paraguay en Brazilië wordt het plantje stevia rebaudiana al eeuwen gebruikt als zoetstof.  

Smaak

Het evenaren van de smaak van suiker bleek echter nog altijd lastig. Ook sommige nieuwe zoetstoffen hadden een bittere en wat metaalachtige nasmaak. Door zoetstoffen met elkaar te combineren werd de kwaliteit van de gezoete producten steeds verder verbeterd. Zo worden in frisdranken aspartaam en acesulfaam-k vaak met elkaar gecombineerd. En zie je in kauwgom soms wel vijf verschillende zoetstoffen terug. De bittere smaak van stevia wordt bijvoorbeeld weggenomen door een combinatie met de zoetstof erytritol.

En natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die niet van de smaak van zoetstoffen houden. Dat is een goed recht en daarover valt niet te twisten. 

bronnen

(1) T. R. Maone et al. A new method for delivering a taste without fluids to preterm and term infants. Dev Psychobiol (1990) 179-91

(2) M.R. Weihrauch & V. Diehl - Artificial sweeteners—do they bear a carcinogenic risk? (2004)

(3) Food Info - Universiteit van Wageningen

(4) M.R. Weihrauch & V. Diehl - Artificial sweeteners—do they bear a carcinogenic risk? (2004)

Leestip

Wat gebeurt er met zoetstoffen in ons lichaam, uit welke componenten bestaan ze, wat is hun zoetkracht, wat is de maximale aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) en wanneer zijn ze toegelaten op de Europese markt? Wetenschapper Alicja Mortensen, DVM PhD, van de Technische Universiteit van Denemarken vatte het voor ons samen in haar publicatie: Sweeteners permitted in the European Union: Safety aspects (2006), gepubliceerd in het Scandinavian Journal of Food & Nutrition 50(3):104-116, DOI:10.1080/17482970600982719