menu
31 maart 2017

Wat gebeurt er met laagcalorische zoetstoffen in ons lichaam?

Laagcalorische zoetstoffen hebben allemaal een zoete smaak, maar verschillen onderling onder meer doordat ze na de consumptie in ons lichaam een andere weg afleggen. Een nieuwe review analyseert de manier waarop laagcalorische zoetstoffen worden gemetaboliseerd.

Inzicht in wat er gebeurt met de verschillende laagcalorische zoetstoffen in ons lichaam, is essentieel om de biologische effecten van die zoetstoffen te kunnen evalueren, en op basis daarvan hun gebruiksveiligheid te bepalen en garanderen. Het geeft bovendien een antwoord op de vraag wat er precies gebeurt met die laagcalorische zoetstoffen wanneer ze in ons lichaam terechtkomen. In hun artikel beschrijven Magnuson en zijn collega’s het traject van de 5 belangrijkste laagcalorische zoetstoffen (acesulfaamaspartaamsteviolglycosidensacharine en sucralose) en de diepgaande studies die ze moeten ondergaan alvorens wettelijk te worden goedgekeurd.

Op basis van deze kennis kunnen we de Aanvaardbare Dagelijkse Inname vastleggen. De ADI zegt, uitgaand van het lichaamsgewicht van een persoon, hoeveel iemand levenslang dagelijks van een zoetstof mag consumeren zonder merkbaar risico voor de gezondheid. De berekende ADI voor zoetstoffen is een waarde die honderd keer lager ligt dan de dosis waarbij geen schadelijk effect wordt waargenomen (NOAEL) bij diermodellen. Autoriteiten wereldwijd hanteren die benadering al decennialang om de veiligheid van laagcalorische zoetstoffen te garanderen.

Zoetstoffen stapelen zich niet op in het lichaam

De laagcalorische zoetstoffen die we binnenkrijgen, worden niet opgeslagen in ons lichaam. Ons lichaam scheidt ze uit nadat ze al dan niet zijn omgezet, afhankelijk van hun type. De auteurs onderscheiden twee verschillende trajecten:

Een aantal laagcalorische zoetstoffen wordt niet verteerd of omgezet, en wordt dus snel uitgescheiden door ons lichaam. Dat geldt voor sacharine en acesulfaam-K, die worden uitgescheiden door de nieren (urine), en voor sucralose, dat niet wordt opgenomen en wordt uitgescheiden via de uitwerpselen.

Andere laagcalorische zoetstoffen worden tijdens de spijsvertering omgezet, waarna de ontstane producten worden opgenomen. Dat geldt voor aspartaam, waarvan de ontstane bestanddelen dezelfde zijn als die uit voeding (zoals aminozuren) en ook op dezelfde manier worden verwerkt door ons lichaam. Hetzelfde geldt voor steviolglycosiden, waarvan een gedeelte van de bestanddelen wordt opgenomen en vervolgens uitgescheiden via de urine. Het andere gedeelte wordt deels verteerd door de darmflora of darmmicrobiota.

De auteurs besluiten dat het essentieel is om de bestaande kennis over de opname, omzetting en uitscheiding van laagcalorische zoetstoffen in te zetten bij de aanpak van de controverse rond hun gebruik. Deze zoetstoffen zijn immers mogelijk nuttige hulpmiddelen bij diabetes en een teveel aan calorieën. Instellingen zoals de EFSA in Europa doen dat overigens al om de gebruiksveiligheid van laagcalorische zoetstoffen te garanderen.

Referentie:
Magnuson B A et al. Nutrition Reviews, 2016, 74(11) :670-689.