menu

Kenniscentrum Zoetstoffen

Maakt het lichaam insuline aan als je zoetstoffen gebruikt?

We krijgen vaker de vraag hoe het lichaam zoetstoffen herkent. Verwarren de hersenen deze niet met suiker? En wordt er daarom toch insuline aangemaakt?
Het antwoord is NEE. We lichten dit hieronder toe.

Insuline

Koolhydraten, suiker en insuline hebben veel met elkaar te maken. Insuline is belangrijk om de koolhydraten- en suikerbalans te regelen. Koolhydraten worden in ons lichaam afgebroken en omgezet in glucose. Nadat je koolhydraten hebt gegeten, stijgt het glucosegehalte in je bloed (ook wel bloedsuiker genoemd). Glucose is een belangrijke brandstof voor de hersenen en spieren. Insuline helpt om het glucose in de spieren te krijgen. Het werkt als een soort sleutel die de spieren opent om glucose op te nemen. Als de glucose uit het bloed in de spieren wordt opgenomen, daalt het bloedglucosegehalte en blijft het binnen de normale grenzen. (1)

Suiker

Suiker is een koolhydraat, net zoals zetmeel in brood. Nadat je suiker hebt gegeten, stijgt dus je bloedglucosegehalte, maakt het lichaam insuline aan en daalt het bloedglucose weer naar het normale niveau omdat glucose uit het bloed naar de spieren gaat.

Zoetstoffen

De laagcalorische zoetstoffen, zoals aspartaam, sucralose of saccharine, zijn geen koolhydraten en komen dus ook niet als glucose in het bloed. Het lichaam zal daarom geen insuline aanmaken. Dat is ook goed, want anders zou het bloedglucosegehalte dalen en zou je sneller weer trek krijgen. Je zou dan meer kunnen gaan eten en zwaarder kunnen worden. Dat is dus niet het geval, dat concluderen ook toonaangevende instanties. De polyolen, zoals xylitol, maltitol of sorbitol, die een kleine hoeveelheid energie bevatten, hebben een gering effect.

Wetenschappelijke stand van zaken

Verschillende toonaangevende instanties hebben kritisch gekeken naar de effecten van laagcalorische zoetstoffen en polyolen op het bloedglucosegehalte, de insulinerespons en het lichaamsgewicht. Ze komen tot de conclusie dat de laagcalorische zoetstoffen geen effect hebben. De polyolen, die een kleine hoeveelheid energie bevatten, hebben een gering effect.

Beoordeling wetenschappelijke literatuur

De European Food ad Safety Authority (EFSA), de Gezondheidsraad en de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) hebben literatuuronderzoek gedaan naar de genoemde effecten. In hun oordeel hebben zij alleen studies meegenomen die van goede kwaliteit zijn, uitgevoerd zijn bij mensen en waarvan de resultaten in andere studies bevestigd zijn.

European Food and Safety Authority (EFSA)

De EFSA concludeert dat het op basis van wetenschappelijke studies en de kennis van experts onwaarschijnlijk is dat laagcalorische zoetstoffen invloed heeft op het bloedglucosegehalte.(2) Dat betekent dat er ook geen insuline respons is, want dan zou het bloedglucosegehalte dalen. Voor de polyolen, die wel wat energie bevatten, concludeert de EFSA dat het bloedglucosegehalte na consumptie significant minder stijgt dan na de consumptie van suiker en dat ook de insuline respons significant lager is dan na de consumptie van suiker.

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad heeft niet gekeken naar de effecten op de bloedglucosewaarden of insuline respons, maar naar het eindresultaat. Of er verschil is tussen het gebruik van suiker of zoetstoffen op het gewicht. De Gezondheidsraad geeft aan dat de bewijskracht groot is dat het drinken van water of dranken met intensieve zoetstoffen een gunstig effect heeft op het lichaamsgewicht vergeleken met dranken met toegevoegde suiker. (3)

Nederlandse Diabetes Federatie (NDF)

Ook de NDF concludeert dat intensieve zoetstoffen de bloedglucose niet beïnvloeden (4). Dat betekent dus ook dat er geen insulinerespons is na de consumptie van laagcalorische zoetstoffen. Dat zou de bloedglucosewaarde immers dalen. Maar dat is niet het geval.

Bronnen

(1) Voedingscentrum, 28 juni 2018

(2) EFSA Panel on Dietetic Products, Nutrition, and Allergies (NDA): Scientific Opinion on the substantiation of health claims related to intense sweeteners and contribution to the maintenance or achievement of a normal body weight (ID 1136, 1444, 4299), reduction of post-prandial glycaemic responses (ID 4298), maintenance of normal blood glucose concentrations (ID 1221, 4298), and maintenance of tooth mineralisation by decreasing tooth demineralisation (ID 1134, 1167, 1283) pursuant to Article 13(1) of Regulation (EC) No 1924/20061

(3) Gezondheidsraad, Dranken met toegevoegd suiker. Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015

(4) NDF Voedingsrichtlijn Diabetes 2015. Nederlandse Diabetes Federatie, Amersfoort

Zelf een vraag stellen?

Heeft u zelf een vraag over zoetstoffen? Stel ‘m hier en u ontvangt zo spoedig mogelijk een antwoord van een van onze specialisten.

De gemarkeerde velden zijn niet (goed) ingevuld.
Corrigeer ze en verzend het formulier opnieuw.

Bedankt! We hebben uw vraag ontvangen en zullen deze zo snel mogelijk beantwoorden.